Het Passiespel van het Aquariustijdperk

| De Roep tot Ontwaken | Dienaren van het Goddelijk Plan | Ongewone Inzichten

 

Het bevrijdende Pad van Dienstbaarheid

Als we worstelen met de problemen van het persoonlijke zelf en ons daarmee identificeren, dan kunnen we de uitweg uit onze eenzaamheid en ons lijden niet zien, omdat we de verkeerde kant uit kijken! Mochten we dit uiterst belangrijke principe in het leven ooit vergeten, dan hoeven we ons alleen maar het voorbeeld van de Zon voor de geest te halen die voortdurend deze fundamentele wet demonstreert.

 

Zo boven, zo beneden. De Zon is het kruinchakra van het lichaam van ons zonnestelsel, en het stelsel zelf is een grote godheid “waarin we leven en waarin we ons bevinden en bewegen”, zoals het oude gezegde stelt. De godheid van de zon is een macrokosmisch voorbeeld van de menselijke microkosmos, met zijn mentale, emotionele en fysieke lichamen als expressiemiddelen. Een atoom is op dezelfde manier een microkosmische afspiegeling van de mens, en de zon is op zijn beurt weer een microkosmische afspiegeling van iets nog veel groters – en dat gaat zo door tot in de Oneindigheid. Het kosmische evolutieproces betekent dat ieder atoom ooit een zon zal zijn, en meer, want het Ene Universele Wezen – God – blijft zich eeuwig expanderen.

 

Als we weer even teruggaan naar ons eigen zonnestelsel, dan zien we dat dezelfde basiswetten van toepassing zijn op zowel de zon als de ziel van de mens. Bij de fysieke zon kunnen we zijn ontzagwekkende vermogen zien waarmee hij energie haalt uit een schier onuitputtelijke bron, en vervolgens hoe hij voortdurend licht, warmte en andere levengevende energieën schenkt aan alle schepsels en levensvormen die zich binnen zijn grenzen – zijn lichaam – bevinden. Ditzelfde geldt voor de menselijke microkosmos, want de vitale energieën – subtiel en fysiek – die de lichaamsprocessen voeden en in stand houden, stromen door de ziel van de mens, en daarmee voorzien ze iedere cel en ieder atoom van levenskracht en intelligentie. De ziel – of de persoonlijke godheid – informeert en bezielt het bewustzijn van de mens.

 

Welnu, de zon schijnt! Hij probeert dus niet te schijnen. En hij voert ook geen rituelen uit, zegt geen gebeden op en beoefent niet één of andere spirituele methode om iets voor zichzelf te verkrijgen of aan zichzelf te verbeteren. En hij worstelt al helemaal niet met talloze persoonlijke problemen, verlangens en angsten zoals de mens, en juist dat niet doen is het geheim van zijn succes. Omgekeerd is de mens bezig met zijn persoonlijke worsteling naar vrijheid, en met antagonistische pogingen om geluk voor het afgescheiden zelf te vinden, en met zelfopgelegde afscheiding van het ware en inclusieve leven van de goddelijke Ziel, kortom met gericht zijn op zichzelf uit onwetendheid en afgescheidenheid. Met al deze dingen overtreedt hij één van de belangrijkste wetten van het leven, en daar zal hij de prijs voor moeten betalen. Op zichzelf gericht zijn vernauwt het bewustzijn. Als iemand op die manier belemmert dat het licht van zijn eigen ziel kan uitstralen en zijn bewustzijn kan verruimen, dan maakt hij het onmogelijk dat hij zich bevrijdt van duisternis, van lijden, en van de worsteling die al eeuwenlang zijn lot op Aarde is.

 

Er is geen ontkomen aan de Wet van Oorzaak en Gevolg. Mensen worden ongelukkig en ziek, en ze sterven omdat ze zich op het kleine zelf focussen – een microscopisch klein stofje in een kosmische oceaan van deeltjes. Daardoor verliezen ze het zicht op het grotere geheel waar ze als persoonlijkheid een intrinsiek en onafscheidelijk deel van vormen. De mens is gewoonlijk zo druk met het overtreden van die universele wet, dat hij het nalaat om goed te kijken, en te zien, en dus ook om zijn voordeel te doen met zijn macrokosmische voorbeeld en meester: de zon. Alles waar aandacht aan gegeven wordt, groeit. Als de mens dus volhardt in zijn beperkende focus – en dat is inderdaad wat hij doet –, dan "verdoemt" hij zichzelf eeuwig tot de "hel", omdat hij zich op die manier voor eeuwig afscheidt van de rest van de Schepping: zijn eigen Grotere Zelf. Dus zolang de mens ervoor kiest om zich in de oermodder van zijn zelfzuchtige en angstige zelf te blijven wentelen, zal de afscheiding van God – dus de Val in Goddelijke Ongenade en de ballingschap van Lucifer (de mens) uit het Paradijs – blijven voortduren.

 

Ongelukkig zijn, onenigheid en ziekte zijn onnatuurlijke verschijnselen. Zij maken geen deel uit van de Universele harmonie en ook niet van het Goddelijke Plan van Volmaaktheid. Het zijn scheppingen van de mens, net als alle andere problemen op Aarde. Het is niet moeilijk te bedenken wat er zou gebeuren als de zon het voorbeeld van de mens zou volgen! En als iedere zon in de hele kosmos hetzelfde zou doen, dan zouden alle sterren aan het firmament verflauwen, uitdoven en sterven. Het universum zou ophouden te bestaan, en God zou Zijn laatste adem uitblazen! Vandaag de dag is Moeder Aarde pijnlijk dicht bij een dergelijk lot. Zij is samen met de hele mensheid getuige geweest van wat wij mensen in onze onwetendheid van de universele wet allemaal aan disharmonie in de wereld hebben veroorzaakt. Toch schijnt de zon nog steeds, en dat zal hij ook tot in het oneindige blijven doen, net zo lang als dat hij zijn onbaatzuchtige focus bewaart en zich overgeeft aan de grote Wet van Liefde. Als we gebrek aan vitaliteit of inspiratie voelen, dan kunnen we ons dit volmaakte voorbeeld van de zon voor de geest halen, want daarmee kunnen we onze neerwaartse spiraal in de duisternis omkeren. Het inspireert ons om voorbij het kleine zelf te kijken, naar het Leven, en anderen te helpen, en de wereld iets te geven. Dan leven we voor het grotere goed van alles en iedereen, net als de zon. Zo zullen wij ook eeuwig blijven stralen.

 

* * *

 

Als we de Ene Goddelijke Ziel in allen dienen – we kunnen misschien beginnen bij onze eigen vrienden, familie, verwanten en groepsleden –, dan zullen we ontdekken dat er juist via zulke dienstbaarheid in onze eigen hoogste behoeften voorzien wordt. Als het spirituele hart eenmaal is aangestoken en het opvlamt in liefhebbende dienstbaarheid aan anderen, dan verliezen alle persoonlijke problemen hun belang, en verdwijnen ze misschien wel helemaal uit onze aandacht. In het huidige ontwikkelingsstadium van de mens op Aarde klinkt het trompetsignaal van de Nieuwe Geest als een smeekbede in ieders hart om vrijwillig de vruchteloze zucht naar persoonlijk gewin op te geven – zowel materieel als spiritueel – en zich in plaats daarvan te richten op de grotere behoeften in de wereld. Dit signaal tracht ons de wijsheid te laten zien van samen de handen ineen te slaan om een grotere en helderdere visie voor de hele planeet daadwerkelijk te realiseren.

 

Alleen de mensen die laten zien dat ze het verdienen, zullen de genade der tijden kunnen ontvangen. Hun bewustzijn zal door de Aquariusenergieën verhelderd worden, en dan zullen ze zich bewust worden van de vele verborgen, maar zeer belangrijke lessen in het leven. Als we werkelijk in staat zijn om te zien, dan zal alles en iedereen een betrouwbare leermeester zijn. Dan zal het Boek der Natuur zich openen en zijn geheimen laten zien, en dan zal men contact kunnen leggen met het goddelijke, wat de intuïtie zal doen ontwaken. Ware intuïtie spoort ons altijd aan om zoveel mogelijk goeds te doen voor zoveel mogelijk mensen, want als men via de eigen ziel afgestemd is op de goddelijke Geest, dan is men ook tot op zekere hoogte afgestemd op het Goddelijk Plan, en dat Plan is op zijn beurt ontworpen voor het hoogste goed van iedereen. Intuïtie kan, omdat het altijd onbaatzuchtig is, heel goed gezien worden als een groepsperceptie, dat wil zeggen als een visie die voortkomt uit afstemming op de goddelijke wet voor het hoogste goed voor iedereen. Onbaatzuchtigheid is de gouden sleutel die ieder mens de grootste zegen in de wereld zal brengen, en deze zegen wordt de mensen gegeven om hem met anderen te delen. Zodra de deur van de huidige gelegenheid opengaat en we als oprechte aspiranten over de drempel komen, dan zullen we merken dat we ons – in dienst van onze medemens – op het Pad van steeds volledigere spirituele bevrijding bevinden.

 

Dienstbaarheid bestaat natuurlijk op veel verschillende niveaus, maar als we ware spirituele hulp willen bieden, dan is een gedegen kennis van het occulte essentieel. Het grootste doel van verworven kennis is het praktisch toepassen ervan in het leven, want alleen via ervaring wordt wijsheid verkregen. Bovendien kan kennis niet volledig gerealiseerd worden als deze voor zichzelf wordt gehouden; kennis is er om met anderen te delen. De mens die wel kennis bezit maar een goed hart mist, is als een bij zonder honing, en het is een feit dat kennis die niet met anderen gedeeld wordt, uiteindelijk vergif wordt voor degene die hem voor zichzelf wil houden. Het is echter een ijzeren universele wet dat als we onzelfzuchtig geven, we daar spiritueel gezien nog meer voor zullen terugontvangen. Er staat ons een prachtige goddelijke beloning te wachten in de ervaring van het in liefde openlijk delen van hogere kennis met anderen voor hun welzijn, en dat is nog maar één van de beloningen die we zullen vinden op het Pad van Dienstbaarheid. Als we dit eenvoudige, maar fundamentele en eeuwige spirituele principe van geven uit het oog verliezen, dan kiezen we er in feite voor om in de illusie te blijven verkeren een eenzaam en afgescheiden zelf te zijn. De krachten van dat afgescheiden zelf zullen ons onwetend en aan de illusie gebonden houden. Ze zullen onze afscheiding en worsteling in stand houden zo lang we onwetend blijven van onze onafscheidelijke relatie met het grotere geheel.

 

Vaak wordt aangenomen dat men niet werkelijk aan anderen dienstbaar kan zijn voordat men een hoger niveau van spirituele realisatie heeft bereikt – bijvoorbeeld via meditatie –, maar dat is niet juist. Het is slechts een voorwendsel van het ego dat altijd ware vooruitgang zal proberen te vertragen, en dit voorwendsel is vanwege de steeds intensiever wordende strijd met de Krachten van Bevrijding op Aarde juist nu bijzonder afleidend en schadelijk. Het ego is een doorgewinterde leugenaar en uiterst vindingrijk in het aandragen van nieuwe valse, maar schijnbaar logische argumenten om iemand te beletten het bevrijdende Pad van Dienstbaarheid te volgen. We moeten hierbij bedenken dat het ego er altijd op uit is om zijn eigen afgescheiden en zelfzuchtige bestaan te verlengen, en het zal zijn uiterste best doen om zijn eigen oplossen te voorkomen. Juist het oplossen van het ego zal iemand onzelfzuchtig maken. Omgekeerd trekt liefhebbende dienstbaarheid altijd de aandacht van de goddelijke Geest, maar daarmee is het wel de grote aartsvijand van het ego, omdat het zijn bestaan bedreigt – een pijnlijk bestaan overigens, want het betekent altijd het ervaren van afgescheidenheid en lijden. Liefhebbende dienstbaarheid is dan ook de snelste en meest effectieve manier om de illusie van het afgescheiden ego op te laten lossen, om vervolgens met de Al-Eenheid te  kunnen versmelten.

 

We moeten nooit vergeten dat er geen enkele activiteit in het leven bestaat – en ook geen enkele innerlijke roeping, mentale bezigheid, of omstandigheid – die niet een sleutel biedt waarmee we de eerstvolgende deur kunnen openen die we tegenkomen. Die deur zal ons naar een helderdere werkelijkheid leiden, naar de bergtop vanwaar we een verdere horizon kunnen zien en waar we een grotere spirituele visie kunnen verwerven. Die sleutel is de gelegenheid om dienstbaar te zijn, en als deze waarheid eenmaal is gezien, wordt het duidelijk dat absoluut iedereen kan beginnen met anderen nederig en naar vermogen te dienen door hier en nu te beginnen, net zoals alle grote heiligen en spirituele meesters altijd hebben gedaan. Ook deze mensen, weldoeners van de mensheid bij uitstek, begonnen ooit met één enkele vriendelijke gedachte, en van daaruit gingen ze verder door de mensen herhaaldelijk en duidelijk te tonen dat voor iedere bloem van liefde en medeleven die iemand in de tuin van zijn naaste plant, er een onwenselijk en lastig onkruid uit zijn eigen tuin verdwijnt.

 

De religieuze leerstellingen en getuigenissen van de grote spirituele meesters uit de geschiedenis beweren allemaal herhaaldelijk dat individualiteit eigenlijk één is met het Geheel. Ze stellen duidelijk dat het geloof in de illusie van een geïsoleerd zelf, en het volledig daarin opgaan, de grote oorzaak is van alle afscheiding en dus van al ons lijden. Als we bovendien even stil blijven staan bij het voor de hand liggende feit dat een oneindig veel groter deel van de Kosmos onafhankelijk van het kleine zelf functioneert, dan wordt het duidelijk hoe onbeduidend dat zelf eigenlijk is, en hoe onzegbaar veel groter de betekenis, de grootsheid en het belang is van alles dat niet tot het persoonlijke zelf behoort. Met dit in gedachten kan het schijnbaar afgescheiden individu misschien inzien dat het inderdaad een wijs besluit is om alles links te laten liggen dat in tegenspraak is met de universele wetten die de hele Schepping begeleiden en beheren. Zelfzucht en egoïsme zijn uiteraard volledig in tegenspraak met één van die wetten, namelijk de heilige Wet van Liefde. Daarom zal de overtreder van die wet met moeilijkheden te maken krijgen die hem als een schaduw zullen blijven volgen. De simpele waarheid is nu eenmaal dat we ons hoogste goed zullen vinden in het helpen van anderen, en spirituele aspiranten zullen dus zelf vooruitgang boeken als zij juist anderen assisteren met hun vooruitgang.

 

In de oude wijsheden wordt gesteld dat de goddelijke Helpers van de mens weinig meer voor de mensen kunnen doen dan wat de mensen zelf voor hun medemensen doen. De Wet van Liefde lijkt paradoxaal, want we moeten Liefde eerst geven voordat we haar kunnen ontvangen. Als we een goddelijk geschenk hebben ontvangen en we het niet willen verliezen, dan moeten we het weggeven. Liefhebbende harten zullen er helemaal klaar voor zijn om de Nieuwe Wereld binnen te gaan, en daarom zal iedereen die over werkelijk spiritueel inzicht beschikt, van nature geneigd zijn om het pad van actieve dienstbaarheid te volgen. Het is ook te zien dat ware dienaren over het algemeen een geluk en een vreugde uitstralen die mensen die op zichzelf gericht zijn niet hebben. Zij weten maar al te goed dat de tuin der goden – de mensheid – in ware dienstbaarheid tot bloei komt tot een waarachtigere expressie van het goddelijke, en daarom laten zij blijmoedig zien dat het pad van dienstbaarheid het prachtigste, edelste en heiligste pad is dat er bestaat. Het is de Koninklijke Weg waar alle andere wegen slechts op voorbereiden. We kunnen dit eenvoudig zien door te kijken hoe alle grote spirituele leraren en leiders in de geschiedenis het pad van onzelfzuchtige dienstbaarheid hebben gevolgd. Als er ooit een goede oplossing is gevonden voor werkelijk ieder probleem uit de hele geschiedenis van de mens – van het grijze verleden tot op de dag van vandaag, en tot in de Eeuwigheid – dan is het ongetwijfeld dit: "Wees dienstbaar, en blijf dienstbaar. Geef, en houd nooit meer op met geven."

 

* * *

 

Veel mensen weten niet goed wie ze moeten dienen, en hoe. Het antwoord hierop is echter uiterst eenvoudig. De goddelijke essentie van alle mensen houdt, zonder uitzondering, van de Waarheid. Vrijwel ieder mens heeft een goddelijke vonk in het hart, en als we contact kunnen leggen met dat innerlijke leven, en het wakker schudden, en het door de persoonlijkheid naar voren brengen, dan kunnen we een uiterst waardevolle spirituele dienst verlenen aan vrijwel iedereen die we tegenkomen. Zo kunnen we onze spirituele dienstbaarheid aanbieden aan iedereen die we ontmoeten. Vanwege de huidige behoefte bij de mensheid, de gelegenheid die zij nu heeft, en ook vanwege het stadium van haar ontwikkeling, is de vraag hoe we dienstbaar moeten zijn inderdaad zeer belangrijk, en het antwoord hierop ligt in onze eigen handen. Over het algemeen geldt dat op dit moment de meest waardevolle dienst bestaat uit het verspreiden van de essentiële waarheid over deze periode, want zo biedt men anderen de keuze die ze in deze laatste dagen van deze cyclus zullen moeten maken. Als dit proces eenmaal in gang is gezet door iemand die de waarheid zelf herkend en begrepen heeft, en men er vertrouwen in krijgt om met een oprechte en altruïstische beweegreden zelf een hand uit te reiken naar anderen, dan zal de goddelijke Geest het overnemen zodra contact met het goddelijke bewerkstelligd is. “Wees niet bezorgd over wat je moet zeggen, want de heilige Geest zal door u spreken.” – Jezus. Als we door ons juiste inzicht het persoonlijke zelf vergeten en opgaan in goed geïnformeerde toewijding aan het helpen van het Goddelijk Plan op Aarde, dan zal dienstbaarheid op het Pad van Liefde even moeiteloos als vreugdevol zijn.

 

In toegewijde dienstbaarheid wordt ons besef van het wondere avontuur van het leven steeds helderder. Ieder moment draagt dan bij aan een verruimend inzicht, en ieder moment wordt ook steeds meer ervaren als betekenisvol, vreugdevol en bevrijdend, omdat dan ons bewustzijn steeds meer verlicht wordt door het licht van de goddelijke Geest. Dan rest ons weinig meer dan de enige verstandige keus om ermee door te gaan en de mensen proberen te bereiken met onze bevrijdende innerlijke realisaties, want door op die manier anderen te dienen, zullen we stilzwijgend al diegenen uitnodigen die ons willen vergezellen op onze terugreis naar het goddelijk Koninkrijk. Prachtige resultaten zijn altijd het gevolg als oprechte devotie uitgedrukt wordt in dienstbaarheid, en zulke resultaten kunnen bestaan uit vitaliteit, genezing, een verruimd bewustzijn, levensvreugde, spirituele ontwikkeling, en nog veel meer. Dit moet wel zo zijn, want dienstbaarheid is liefde in actie, en daarom valt hij onder de hoogste goddelijke wet: de Wet van Liefde. De positieve effecten van onbaatzuchtige dienstbaarheid reiken inderdaad buitengewoon ver. Anders dan de tijdelijke en vanzelf weer verdwijnende resultaten van zelfzuchtige daden zijn de resultaten van Liefde eeuwig, want Liefde vormt de kwintessens van het Universum.

 

Als we ophouden met zoeken naar vervulling voor onszelf, en als we daardoor bevrijd worden van de zware lasten die uit onze persoonlijke verlangens voortkomen, dan kunnen we medeleven en goodwill voor anderen laten zien, en dan openen we een innerlijk kanaal waardoor de Liefde van de goddelijke Geest door ons heen kan stromen. Liefde voor alle levende wezens kent men alleen op de Ware Weg naar Eenheid. Via dienstbaarheid aan de mensheid kunnen we goddelijke Liefde zich laten manifesteren. Dat is de Weg van Hogere Evolutie en de enige zekere weg naar blijvende spirituele vervulling en geluk.

 

 

De gelijkenis van hemel en hel

 

Er was eens een devote priester die verlangde om zowel de hemel als de hel te zien, en God verhoorde zijn gebed.

 

De priester stond ineens voor een deur waar verder niets op stond. Hij beefde toen hij zag dat de deur zich opende en toegang bood tot een grote ruimte waar alles klaar stond voor een feestmaal. Er stond een tafel, en midden op die tafel stond een grote schaal met warm eten. De heerlijke geur van al dat eten maakte dat hij trek kreeg.

 

Er zaten gasten rond de tafel met grote lepels in hun handen, maar toch gilden ze van de honger in dat verschrikkelijk oord. Ze probeerden zich te voeden, maar dat lukte niet. Ze vervloekten God, want de lepels die God hen gegeven had waren zo lang dat ze er hun gezicht niet mee konden bereiken, dus konden ze het voedsel er niet mee in hun mond stoppen. Daardoor verhongerden ze, terwijl de volle schaal met heerlijk eten in hun midden stond. De priester wist dat deze schreeuwen de kreten van de hel waren, en toen hij dat begreep sloot de deur zich voor hem.

 

Hij sloot zijn ogen en bad God om hem uit dat verschrikkelijk oord weg te halen. Toen hij zijn ogen weer opende voelde hij zich wanhopig, want hij zag de deur weer voor zich – dezelfde deur waar verder niets op stond. De deur ging weer open en gaf weer zicht op dezelfde kamer. Er was niets veranderd, en hij wilde het uitschreeuwen van afschuw. Daar was weer dezelfde tafel, en midden op die tafel stond weer dezelfde schaal met warm eten. Er omheen zaten weer dezelfde mensen, en zij hadden weer dezelfde lange lepels.

 

Maar het gillen was opgehouden, en al het schreeuwen en vloeken had plaats gemaakt voor zegeningen. Er was niets veranderd, maar toch was alles anders, want met dezelfde lange lepels reikten ze naar elkaars mond en voedden zij elkaar, en ze dankten God.

 

Toen de priester de zegeningen had gehoord, sloot de deur. Hij viel op zijn knieën, en ook hij zegende God die hem de aard van de hemel en de hel had laten zien, en ook de kloof – niet breder dan een haar – die hen van elkaar scheidde.

 

(anoniem)

 


Terug naar de inhoudsopgave

Volgende hoofdstuk 



Pagina voor het laatst bewerkt op: 08/11/2005