Het Passiespel van het Aquariustijdperk

| De Roep tot Ontwaken | Dienaren van het Goddelijk Plan | Ongewone Inzichten

 

Het imitatie-ego

Eeuwen en eeuwen geleden, toen de groepszielen van Dienaren besloten om goddelijke afgezanten naar deze wereld te zenden, bekeken ze de Aarde en bepaalden ze het doel voor de missie van deze afgezanten. Ze zochten naar plekken met potentie en behoefte, en ze kozen fragmenten van zichzelf uit op grond van hun kwaliteiten en aard, om die vervolgens naar de wereld van de derde dichtheid te sturen. Deze eerste Dienaren hadden geen enkel karma dat met de fysieke wereld verband hield, want ze hadden al lang daarvoor de lessen van het bewustzijn in de derde dichtheid geleerd. Ze waren dan ook op geen enkele manier verplicht om een fysiek lichaam aan te nemen. Maar om op Aarde volledig hun diensten te kunnen verlenen, was het wel nodig dat sommigen van hen over een fysiek lichaam zouden beschikken.

De Dienaren die incarneerden namen daarom tijdelijke persoonlijkheden aan die, anders dan van de meerderheid van de aan de Aarde gebonden zielen, maar heel weinig zaad van persoonlijk karma* uit de lagere werelden bevatten. Op dit moment zijn de lagere voertuigen van de Dienaar ook nog altijd puur gebruiksvoorwerpen van de groepsziel, en daarom noemen we die samen voor de duidelijkheid een schijn- of imitatie-ego.

 

* Als een aspect van een gevorderde groepsziel in de derde dichtheid incarneert via het gewone fysieke geboorteproces, dan ontstaan er vanwege de Wet van Reïncarnatie onvermijdelijk bepaalde verplichtingen en karmische smetten. Zulke hindernissen kunnen echter snel worden getransformeerd door de hoge frequenties van het zielsbewustzijn.

 

Natuurlijk zijn alle ego’s in wezen slechts ‘schijn’, want het zijn allemaal maar tijdelijke voertuigen van de ziel om zijn karma op te lossen. Alle menselijke ego’s lossen na de fysieke dood geleidelijk aan op, want de verschillende elementen die samen de persoonlijkheid vormen – het fysieke, het etherische, het emotionele, en het mentale lichaam – vallen ieder langzaam maar zeker uiteen en keren terug tot de grote poel van materie van hun eigen bestaansvlak. De goddelijke vonk trekt zich dan op zijn innerlijke terugreis uit de grovere dichtheden terug. Het ego van een Dienaar kan echter, vergeleken met het ego van het gewone reïncarnerende leven op Aarde, beschouwd worden als schijn of imitatie vanwege de oorspronkelijke bedoeling ervan. Dit is niet alleen zo omdat het gewone leven nog gebonden is aan het rad van wedergeboorte, maar ook vanwege het feit dat zodra de Dienaar zijn doel eenmaal bereikt heeft, zijn lagere voertuigen voorgoed op zullen lossen en nooit meer opnieuw zullen worden gevormd. Dit kan soms na één, maar meestal na talrijke incarnaties gebeuren. Als de Dienaar zich later vrijwillig opgeeft voor nog een volgende taak in de fysieke wereld, dan zal er een volledig nieuwe persoonlijkheid worden geschapen als voertuig en expressiemiddel voor de lagere werelden, en later zal die ook weer weggegooid worden als die zijn taak heeft vervuld. Zo trekt de groepsziel eeuw na eeuw zijn fysieke, emotionele en mentale kleren waarmee hij incarneert aan en uit, om in vele werelden aan de voortdurend veranderende eisen van het Universele Goddelijk Plan te kunnen voldoen.

 

Het is altijd al deel van de missie van Dienaren van het Goddelijk Plan geweest – en dat is het nog steeds – om via de directe ervaring van het imitatie-ego contact te maken met het volledige spectrum van alle disharmonie in de wereld. Dit betekent het meemaken van alle mogelijke vormen en gradaties van menselijk leed en pijn. Zo kunnen Dienaren alle disharmonieuze energieën op de planeet in hun lagere voertuigen opnemen, en daarmee worden die voertuigen met het collectieve bewustzijn van de Aarde verbonden. Op die manier krijgen Dienaren het vermogen om bij te dragen aan het transmuteren van het collectieve karma van de mensheid. Dit is de reden dat Dienaren in de loop van de tijd overal ter wereld zijn geïncarneerd, en waarom zij iedere bestaande ziekte of last hebben gedragen die de mens kent. Ze zijn uit ervaring zeer goed bekend met alle mogelijke vormen van lijden op Aarde, aangezien ze in de loop van vele levens in elk denkbare disfunctionele situatie geboren zijn geweest. Ze hebben levens meegemaakt van mishandeling, verwaarlozing, armoede, ziekte, corruptie, oorlog, en ga zo maar door. Hierin ligt ook één van hun grootste uitdagingen, want er bestaan op Aarde erg veel valkuilen voor ego-identificatie.

 

Zodra iemand aan zijn afgescheiden persoonlijkheid denkt (of die van iemand anders), dan vindt er meteen – in elk geval deels – een onjuiste identificatie plaats. Het maken van deze keus sluit hem automatisch buiten van het grotere en meer ware leven waarin het hele spirituele wezen wordt betrokken. Als iemands bewustzijn geconditioneerd is door het lagere zelf – dus door al zijn gevoelens, reacties, verlangens, mislukkingen en successen – dan valt men ten prooi aan spirituele blindheid en al het spirituele lijden dat daar het gevolg van is, want dat is nu eenmaal het lot van het afgescheiden zelf. Voor een Dienaar is het in beslag genomen worden door het imitatie-ego de allergrootste hindernis voor contact met het goddelijke, en daarom is het in wezen ook de grote bron van alle pijn en conflict in zijn leven. Identificatie met het imitatie-ego zal altijd de ware zielenherinneringen van een Dienaar verstoren, en dit kan ertoe leiden dat hij gaat geloven dat hij de oplossing voor zijn innerlijke problemen in de buitenwereld moet gaan zoeken, bijvoorbeeld in de overvloed aan zogenaamde spirituele benaderingen en methoden voor mystieke verlichting, die tegenwoordig overal te vinden zijn. Deze misvatting kan de Dienaar veel frustratie en teleurstelling opleveren, want het is een feit dat er maar heel weinig algemeen erkende spirituele of religieuze leraren zijn die precies begrijpen wat er op dit moment op Aarde gebeurt, laat staan de unieke omstandigheden waarin Dienaren verkeren. Daarom kunnen deze leraren hen, gezien de speciale omstandigheden en voorwaarden van het imitatie-ego, niet de juiste raad geven. Verder kunnen onbewuste Dienaren zich nogal ontredderd en verloren voelen door alle steeds sterker misleidende informatie en door alle op het ‘ik’ gerichte glamour die men tegenwoordig overal in de spirituele supermarkt aantreft. De overgrote meerderheid van alle opwindende en populaire informatie uit de New-Agebeweging bevat beslist niet de sleutels voor de speciale omstandigheden waar Dienaren op dit moment mee te maken hebben, en de leringen uit de traditionele religies al evenmin.

 

Dienaren kunnen de basiskennis van de occulte situatie van de mens goed gebruiken. Zulke zelfkennis zal hen helpen inzicht te krijgen in de lagere bewustzijnsvoertuigen, en daarmee zullen ze makkelijker de juiste richting kunnen kiezen. Zonder deze kennis zouden ze in hun vergetelheid makkelijk door die lagere voertuigen overheerst kunnen worden, wat bij de meeste mensen inderdaad ook gebeurt. De spirituele Hiërarchieën hebben fysieke instrumenten nodig om de hoogfrequente en transmuterende energieën naar de materiële wereld te kanaliseren, want zelf verblijven ze voornamelijk op de hogere bestaansvlakken. Als het imitatie-ego goed gebruikt wordt, dan vormt het een centrum om zulke goddelijke krachten te transformeren (dat wil zeggen: ze wat te temperen en aan te passen) en uit te stralen. Geïntegreerde persoonlijkheden bouwen een brug tussen de lagere en de hogere werelden, dus tussen de mensheid en de Hiërarchieën. Overmatige identificatie met het imitatie-ego houdt echter een groot gevaar in, want de samentrekking van het bewustzijn die daarvan het gevolg is, zal ongetwijfeld leiden tot angst, twijfel en andere moeilijkheden, en ook tot liefdeloze gedachten en daden. Dit bij elkaar zal weer nieuw en ongewenst karma scheppen, en dat maakt dan dat het ego een ‘echt’ ego wordt. Volgens de wet moet zulk nieuw verworven karma ingelost worden, voordat Dienaren a) hun volledige herinnering aan hun spirituele staat weer terug kunnen krijgen, b) hun missie met succes kunnen volbrengen, en c) voordat ze weer terug kunnen keren naar huis (of zelfs daar voorbij) als ze het doel van al hun incarnaties hebben bereikt.

 

Fysiek belichaamde Dienaren zijn zeker niet de eersten die zulke beproevingen meemaken, want vele pioniers zijn hen al voorgegaan. Zij zijn het Aardse tranendal overgestoken en hebben uiteindelijk overwonnen. Jezus heeft bijvoorbeeld herhaaldelijk geworsteld met zijn eigen sluier der vergetelheid. Hij bezat net als de Dienaren van tegenwoordig een imitatie-ego. Ook hij moest leren onderscheid te maken tussen de twee verschillende delen van zijn wezen waar hij zich bewust van werd: het goddelijke en het menselijke. Vanwege zijn compromisloze identificatie met de wereld van de Geest – “het Koninkrijk van mijn Vader” – en vanwege zijn onzelfzuchtige toewijding aan het bevrijden van de mensheid, onderging hij een transformatie die tegelijkertijd een inwijding was. Deze inwijding leidde hem uiteindelijk op de Calvarieberg, aan het kruis, naar volledige herinnering, toen hij daar zijn laatste woorden van overwinning sprak: “Eloi, Eloi, shavachtani” (“Heer, O Heer, hoe verheerlijkt U mij”) en “Consummatum est” (“Het is volbracht”). Het proces van initiatie is ouder dan de mensheid zelf, en het wordt in Jezus’ leven gesymboliseerd door zijn geboorte, doop, transfiguratie, kruisiging, wederopstanding en ascentie. Jezus maakte het Ware Pad van de duisternis naar het Licht algemeen bekend door dit Pad zelf onberispelijk te volgen. Alle Dienaren en alle mensen zullen deze weg moeten volgen als zij Het Koninkrijk der Hemelen willen binnengaan, maar dan niet alleen, zoals Jezus, maar collectief, want het Passiespel van het Aquariustijdperk – de Wederkomst van de Christus – is veel grootschaliger dan Jezus’ individuele voorbeeld. Zoals de Christus van het Vissentijdperk zelf zo’n 2000 jaar geleden zei: “... Ja, nog grotere werken zult U verrichten.” – Joh. 14:12.

 

* * *

 

Er zit een weinig bekende, maar zeer belangrijke kant aan het imitatie-ego, die Dienaren van veel verwarring, twijfel en bezorgdheid zal bevrijden, als ze die kunnen herkennen en begrijpen.

 

Ons melkwegstelsel met zijn ontelbare bestaansvlakken en subvlakken is een onvoorstelbaar grote levenssfeer die de ontwikkeling van talloze levens en beschavingen bevat. Een enorm aantal van al deze levens zijn zich scherp bewust van het grote belang van wat er zich op dit moment op Aarde afspeelt. Zij zijn hier karmisch of anderszins naartoe getrokken om zelf ook iets van de overgang van onze planeet te kunnen ervaren. Alleen is het zo dat als er van iedere geïnteresseerde beschaving uit het melkwegstelsel maar één afgevaardigde op onze planeet zou incarneren, dan zou er zelfs al te weinig ruimte zijn om alleen maar naast elkaar te staan.

 

Al deze afgevaardigden kunnen dus onmogelijk allemaal op Aarde incarneren, want er is gewoon niet genoeg ruimte op de planeet. Daarom zijn er veel die als het ware ‘meeliften’ met het bewustzijn van strategisch geïncarneerde Dienaren die hier bewust in hebben toegestemd, voordat zij naar deze wereld afdaalden.

 

Men kan daarom ook in de voertuigen van de persoonlijkheid een heleboel ‘gekleurde draden’* waarnemen, die hen verbinden met allerlei verschillende rassen en beschavingen uit alle mogelijke werelden en dichtheden van het hele melkwegstelsel. Deze hebben zo allemaal, via het imitatie-ego van de Dienaar, toegang tot alles wat Gaia ervaart – en zal ervaren – in deze periode van haar transformatie. De meer ervaren Dienaar zal daarom nu voor een aantal van die beschavingen een aantal holografische bewustzijnspunten in zich dragen, zodat zij daarmee een alternatief hebben voor een eigen afgezant op Aarde.

 

* Deze draden hebben ze naast de normale karmische draden die iedere incarnatie via het bloed van zijn ouders met zich meebrengt.

 

Deze levende en vibrerende bewustzijnsdraden werken als zintuigen voor de wezens die ermee verbonden zijn, maar voor de persoonlijkheid van de Dienaar zelf werken ze als toegangspoorten naar de vele werelden van die wezens. Deze beschavingen zijn zelf ook nog ongeïntegreerd, nog niet verlicht en nog niet van de stof bevrijd, en zij zijn zelf ook op zoek naar genezing, naar verder leren en spirituele stimulans, en uiteindelijk naar Bevrijding. Door deze gunst, die deel is van vrijwillige missie van de Dienaar, kunnen zij via de Dienaar op Aarde in ruimte en tijd aanwezig zijn. Deze beschavingen zoeken niet alleen naar een manier om de dichtheid van deze planeet met al zijn unieke lessen te ervaren, maar ze zoeken ook een manier om via de Dienaren met deze wereld te communiceren. Bovendien verlangen ze te communiceren met al die andere bewustzijnsdraden die in en via andere fysiek geïncarneerde Dienaren en starseeds op Aarde opereren. (Inderdaad zeggen mensen soms dat ze ‘andere werelden’ in iemands ogen kunnen zien!)

 

Zodra Dienaren ontwaken en weer toegang krijgen tot de hogere niveaus van hun wezen, dan worden ze een zeer druk galactisch zenuwcentrum, een microkosmische uitdrukking van zowel het melkwegstelsel als Moeder Aarde in deze fase. De Aarde fungeert op dit moment immers zelf als een soort centrum voor interdimensionale communicatie en interstellaire integratie. Ze is een grote zenuwknoop van alle levensstromen, zelfs van de levensstromen uit de verste uithoeken van het melkwegstelsel.

 

De draden in het imitatie-ego van de Dienaar verbinden zijn ziel met allerlei bewustzijnsniveaus van spirituele wezens die hun reis naar Bevrijding van de stof nog niet voltooid hebben, en er zijn momenten dat we duidelijk kunnen merken dat sommigen van hen niet erg gelukkig zijn! Hun basisfrequentie is niet in harmonie met het goddelijk Koninkrijk, waar ze met de hulp van de Dienaren op Aarde zo graag naar terug willen. Zulke bewustzijnsdraden kunnen soms behoorlijk luidruchtig zijn, of rusteloos en zelfs twistziek (tussen hen onderling en ook met de Dienaar), en daarom hebben ze beslist liefde, wijsheid en begeleiding nodig. Ze zijn nog niet vrij van angst en onwetendheid, en daarom zullen ze, naarmate het tempo van de ontwikkeling van de planeet versnelt, steeds meer wedijveren om de aandacht van de Dienaar. Dit is ook de reden dat het tijdens de steeds intenser wordende draaikolk van deze “laatste dagen” voor Dienaren erg belangrijk is om de aandacht op het Ware en het Heilige gericht te houden. Ook is het van groot belang dat zij hun levens eenvoudig houden als zij in hun imitatie-ego’s “de paden van de Heer effenen”. Dit doen zij door het bewaren van een zuiver verticale en onzelfzuchtige toewijding en een onvoorwaardelijke aspiratie om het Goddelijk Plan te dienen ten behoeve van zowel die beschavingen als de mensheid. Tijdens de komende instroom van de Genade der Tijden zal de mate waarin een Dienaar gelouterd raakt en dichter bij heilige transfiguratie komt, rechtstreeks in verhouding staan tot de mate waarin hij deze lammeren Gods via hun bewustzijnsdraden kan helpen en naar de Schaapskooi leiden.

 

Over het algemeen zullen Dienaren het karma en de moeilijkheden van de draden die hen met de andere beschavingen verbinden, tot op de Dag des Oordeels toe ervaren. De Dienaren hebben veel ‘kinderen’ die zich tot hen richten voor hulp en aanwijzingen, en het is een deel van hun persoonlijke missie als Dienaar om degenen die afhankelijk van hen zijn, aan te moedigen samen met hen via de Poort van de Christus naar Huis te komen. Met zoveel innerlijke (psychische) en uiterlijke (wereldlijke) draden die hun lagere bewustzijn alle kanten uit trekken, kunnen de zaken tijdens de komende stormen op Aarde soms aardig verwarrend zijn. Maar dat zal alleen gebeuren als Dienaren zich door onjuiste identificatie door de cycloon laten grijpen, die nu eenmaal met de planetaire zuivering samengaat. Door de aandacht op Waarheid gericht te houden, zullen Dienaren in het oog van de cycloon kunnen blijven, in het stille middelpunt van alle hectische en dualistische toestanden van deze tijd. Dan kunnen ze in balans blijven, rustig en onverstoorbaar. Ze zullen dan ook onbewogen blijven, zelfs bij de grootste golven van angst en twijfel die in de wereld van vandaag de kop opsteken.

 

* * *

 

Het succes van de individuele missie van iedere Dienaar hangt af van juiste identificatie. Hij moet zijn persoonlijkheid zien als niet meer dan een instrument voor dienstbaarheid. Juist het beschouwen van hun eigen persoonlijke leven als niet meer dan een heel klein aspect van een veel grotere collectieve functie en ervaring, is een kenmerkende eigenschap van een ontwaakte Dienaar met een karmisch onbesmet imitatie-ego. Zo blijft zijn relatie met het leven volkomen onpersoonlijk, en daardoor kunnen zij de wereld door spirituele ogen blijven zien. Ken Carey vat het grote belang van zo’n houding samen met de volgende woorden (gesproken door Christus): “Wie Mij wil volgen zal alle definities van het zelf moeten laten sterven... Wie aan zijn definitie van zelf vast blijft houden, zal zijn identiteit verliezen zodra die definitie ophoudt te bestaan, maar hij die alle definities voor Mij en voor het binnengaan van Mijn bewustzijn achterlaat, hij zal samen met Mij het eeuwige leven delen.” – Uit “The Starseed Transmissions”.

 

Persoonlijke identificatie met een draad die de Dienaar met een andere beschaving verbindt hindert de intuïtie, net als identificatie met een complex van het imitatie-ego, en dat zal onvermijdelijk leiden tot verwarring, zinloze moeite en onjuiste handelingen. Dit zal hem, zijn missie en degene die hij probeert te helpen eerder kwaad dan goed doen. Veel Dienaren zijn tegenwoordig vol hoogdravende en onnodig ingewikkelde idealen. Van daaruit storten zij zich op allerlei dienstbare activiteiten, die hun weliswaar verstoorde, maar in wezen juiste gevoel hun ingeeft. Door de verwarring van hun overhaaste altruïsme en hun ongeduld zullen ze echter al gauw bijdragen tot nog meer chaos, en dat terwijl de wereld toch al overspoeld wordt door opgewonden mensen die vol ijver een overvloed aan onjuiste informatie verspreiden. De goddelijke Geest gaat altijd heel simpel te werk, helder en recht door zee. Toch volgen veel Dienaren onbewust het eigenwijze voorbeeld van de mensheid door allerlei ingewikkelde schema’s, rituelen en praktijken in hun leven in te passen, om daarmee zogenaamd ‘aan de eisen van de New Age te voldoen’ en zich zo te verzekeren van een plek tussen al diegenen die het straks gaan halen. Een stortvloed van uiterst intrigerende kennis, plannen en nieuwe technieken waarmee ze zelfbevrijding, macht over het eigen leven, en persoonlijke ascentie kunnen bereiken, verspreidt zich tegenwoordig over de hele wereld. Deze informatie leidt de mensenmassa’s echter eerder van de eenvoudige Waarheid af, dus het leidt velen juist bij het Ware Pad vandaan, en het besmet zelfs de gedachtewereld van ontwakende Dienaren met allerlei onjuistheden.

 

Onjuiste denkpatronen kunnen echter met Juiste Kennis heel vlot rechtgezet worden. Deze Kennis zal duidelijk maken dat de door het imitatie-ego opgebouwde illusies alleen in de smeltkroes van onzelfzuchtige dienstbaarheid getransmuteerd kunnen worden, want de stroom van goddelijk Licht die daar het gevolg van is, zuivert en verhoogt de kwaliteit van al het leven waar het mee in aanraking komt. Als een Dienaar zich juist afstemt op de nieuwe en hogere frequenties die nu op Aarde beschikbaar zijn, en als hij van alle misvattingen en onjuiste identificaties leert en ze daarna achterlaat, dan zal het bewustzijn van een Dienaar zeker verruimen, want alle oude ervaringen worden dan beschenen door het licht van Inzicht. Dit heldere waarnemen zal dan een nieuw besef brengen van de lessen die in de situatie zaten, maar die eerder per vergissing over het hoofd waren gezien; niets is ooit voor niets. Ook zal het de Dienaar laten zien hoe dit in de toekomst bij dienstbaarheid van nut kan zijn, omdat zijn visie als geheel er door groeit. Hij zal dan kunnen zien dat ieder moment opnieuw een mogelijkheid biedt om óf het imitatie-ego te zuiveren (en het daarmee voor te bereiden), óf het te vervuilen (en daarmee de voorbereiding juist te belemmeren), afhankelijk van zijn identificatie, zijn focus en zijn motieven.

 

De gesluierde toestand laat een Dienaar via het imitatie-ego zelf alle afgescheidenheid en wanhoop in de wereld direct ervaren. Toch zijn Dienaren er zich altijd al van bewust geweest dat hun leed anderen diende en maar tijdelijk was, maar dit besef bestond op een niveau dat voorbij de sluier van vergetelheid ligt, in het hart van de groepsziel. Veel Dienaren hebben nog een heel vage herinnering uit hun vroegste jeugd dat er een tijd zal komen – en gauw – dat alles “in een oogwenk” zal veranderen, en dat het imitatie-ego in de eindfase van hun missie volkomen transparant zal worden. De tijdelijke persoonlijkheid zal afgeschud worden, en weggeworpen, als de cocon van een vlinder.

 

Uiteindelijk zullen Dienaren tijdens deze huidige – en voor velen hun laatste – taak op Aarde op de Dag van Herinnering beseffen dat hun ware zelf veel en veel meer is dan hun imitatie-ego. Ondertussen groeien zij boven hun obsessie met de persoonlijkheid uit, en daarmee wordt hun werkelijkheid steeds groter, want in hun verruimde waarneming zullen ze steeds meer van de goddelijke grandeur, schoonheid en onderlinge verbondenheid kunnen zien, en ook de prachtige en alles doordringende intelligentie van de Schepping. De sluier van vergetelheid kan helemaal doorbroken worden door zuivering van het imitatie-ego via dienstbaarheid aan de wereld. Als dat gebeurt, dan zal het persoonlijke zelf oplossen, versmelten en opnieuw volledig verenigd worden met de groepsziel, en alle pijnlijke Aardse ervaringen worden daarmee naar het licht van transmutatie geheven. Vanwege de Wet van Synthese zal de lang bestaande menselijke toestand van lijden worden verholpen, aangezien de hele planeet een positieve transformatie zal doormaken, en werkelijk, er bestaat in de hele wereld geen grotere eer of vreugde dan dit. Inderdaad, de blijdschap van de Dienaren zal op dat moment van voleindiging zo intens zijn, en hun gelukzaligheid zo diep, en hun goddelijke beloning zal zo’n onuitsprekelijk diepe spirituele vervulling betekenen, dat geen enkele ziel ooit zal aarzelen om helemaal opnieuw dezelfde dienstbare offers te brengen. Johannes beschrijft zo’n toegewijde houding in het Boek der Openbaringen, als hij zegt: “Zij gooien hun kronen (aureolen) neer voor de troon van God.” – Openb. 4:10.

 

 

Terug naar de inhoudsopgave

Volgende hoofdstuk



Pagina voor het laatst bewerkt op: 15/04/2005